Er zijn een aantal soorten wormen die bij de hond en kat kunnen voorkomen, hieronder vind je daarvan een overzicht met uitleg.

Wormen zijn gastheren, ze leven inwendig en zijn aan de buitenkant meestal niet zichtbaar. Ze nemen daar de voedingsstoffen op die het dier zelf nodig heeft en kunnen lichaamsfuncties ernstig verstoren. Ze zijn dus schadelijk voor de gezondheid van het dier maar zijn in sommige gevallen tevens besmettelijk voor mensen. Het is dus absoluut noodzakelijk om voor een goede wormbestrijding te zorgen. De kans op herbesmetting van wormeninfecties is erg groot, om die reden is het van groot belang om het dier zijn hele leven lang goed te blijven ontwormen.

Pups en kittens worden al tijdens de dracht besmet met wormen en vervolgens ook via het drinken van de moedermelk, óók indien het moederdier haar hele leven goed is ontwormt!

Om ervoor te zorgen dat het dier geen last heeft van de wormen is het verstandig de volgende schema’s aan te houden:

Voor de hond
Op de leeftijd van 2 weken
Op de leeftijd van 4 weken
Op de leeftijd van 6 weken
Op de leeftijd van 8 weken
Op de leeftijd van 3 maanden
Op de leeftijd van 4 maanden
Op de leeftijd van 5 maanden
Op de leeftijd van 6 maanden

En vervolgens de rest van het leven van de hond iedere 3 maanden (4x per jaar).

Voor de kat
Op de leeftijd van 4 weken
Op de leeftijd van 6 weken
Op de leeftijd van 8 weken
Op de leeftijd van 4 maanden
Op de leeftijd van 6 maanden

En vervolgens de rest van het leven van de kat iedere 3 maanden (4x per jaar).

 

spoelwormSpoelwormen (Tococara)
De spoelworm leeft in de dunne darm van de hond. Het is een ronde worm, die van een paar millimeter tot wel achttien centimeter lang kan zijn. Spoelwormen zijn geelwit tot roze van kleur. Vaak zijn ze niet te zien in de ontlasting van het dier omdat de dunne darm hoog in het darmstelsel zit, in braaksel zijn ze om die reden soms wel zichtbaar. Opgedroogde spoelwormen zien eruit als opgerolde elastiekjes.

De eitjes van spoelwormen worden met de ontlasting van het dier uitgescheiden. Na 2-4 weken ontstaan er larven in de eitjes en vanaf dat moment kunnen ze weer andere dieren, of mensen, besmetten. Deze eitjes met larven erin kunnen in de grond wel tot een jaar lang blijven leven. Als ze door een dier, bijvoorbeeld een pup of kitten, worden opgenomen, komen de larven via de darmen van de pup in de bloedbaan. Op die manier komen ze ook in longen en luchtpijp terecht. Via opgehoest slijm belanden ze dan weer in de mond en bij doorslikken opnieuw in de darmen, waar ze uitgroeien tot volwassen wormen.

Bij volwassen dieren die al weerstand hebben opgebouwd, blijven de larven vaak in een ruststadium ergens steken. Zodra een dier drachtig is, reizen de larven naar de baarmoeder en de melkklieren. Zo word in de baarmoeder via het bloed en na de geboorte via de moedermelk de besmetting verspreid. Daardoor heeft vrijwel elk pasgeboren dier last van spoelwormen. Honden en katten kunnen ook besmet worden door het eten van besmette muizen of door het opnemen van eieren met larven van de grond, via rollen of snuffelen in het gras of aan hun poten likken.

Bij jonge dieren is de invloed van een spoelwormeninfectie het grootst. Vaak is een infectie te herkennen aan het ‘wormenbuikje’: het jonge dier krijgt een dikke buik maar is verder mager en groeit slecht. De darmen werken niet goed en er ontstaat diarree, gasvorming en soms braken. Bij volwassen dieren is een spoelwormeninfectie meestal niet duidelijk merkbaar, er is soms wat dunne ontlasting en hij voelt zich niet echt fit. Met behulp van microscopisch onderzoek van de ontlasting is een infectie door de dierenarts te zien.

lintwormLintwormen (Dipylidium)
Lintwormen zijn platte, witte wormen die bestaan uit een kop met daarachter een ketting van allemaal aparte segmentjes (stukjes). Elk segmentje is gevuld met eieren. De lintworm kan enkele meters lang worden.

Ook de lintworm leeft in de dunne darm van het dier. Zijn kop zit met weerhaakjes vast in de darmwand. Steeds als er segmentjes met eieren rijp zijn, laten deze los en kruipen richting anus. Ze zijn dan zichtbaar in ontlasting of plakken aan de haren van het dier vast. De ingedroogde segmentjes lijken op rijstkorrels. Het dier heeft bij lintwormen vooral last van jeuk. Een kenmerk van een lintwormeninfectie is dat het dier ‘sleetje rijdt’, oftewel zittend met zijn achterste over de grond schuift. Normaal gesproken is een dier er verder niet ziek van.

De eieren van de lintworm worden opgenomen door vlooienlarven en soms luizen. In de vlo ontstaat dan uit het eitje een blaasworm. Een blaasworm is een tussenvorm van de lintworm. Als deze weer door een hond of kat wordt ingeslikt, is er een nieuwe besmetting. Besmetting bij de mens is zeldzaam, geeft geen ziektebeeld en kan alleen door binnenkrijgen van een besmette vlooienlarve worden veroorzaakt, niet door direct contact met ontlasting van de hond. Om lintwormeninfecties tegen te gaan moet het dier regelmatig ontwormd worden. Omdat de vlo of luis de tussengastheer is, is een goede vlooienbestrijding ook essentieel. Daarnaast is het belangrijk om de ligplaats van het dier goed schoon te houden.

Vossenlintwormen (Echinococcus)
Behalve de lintworm kan ook de vossenlintworm voorkomen. De gastheer van deze lintworm is uiteraard de vos. Deze scheidt eitjes uit in de ontlasting, die vervolgens door kleine knaagdieren worden opgenomen. Als een vos deze knaagdieren opeet, wordt hij opnieuw besmet. Honden en katten kunnen via contact met de ontlasting van de vos of door het vangen van besmette kleine dieren de vossenlintworm oplopen. Zelf hebben ze daar geen last van, maar ze scheiden wel de eitjes uit.

Vossenlintwormen zijn gevaarlijk voor de mens. Via vossenuitwerpselen, besmette aarde of door het eten van zelf geplukte bosvruchten of paddenstoelen kunnen de eitjes worden ingeslikt. Ook via ontlasting van een besmette hond/kat kunnen de eitjes in mensen terecht komen. Daar ontwikkelen ze zich tot larven, die uitgroeien tot blaaswormen. Deze blaaswormen reizen door het lichaam en veroorzaken ziektes van lever, soms van longen, botten en hersenen. Symptomen zijn pijn in de leverstreek, misselijkheid, braken en geelzucht. Bij aantasting van de longen zien we ook hoesten en benauwdheid. Niet iedere besmetting veroorzaakt ziekte en ook kan het jaren duren voor een besmetting ziekteverschijnselen geeft. Mensen onderling kunnen elkaar niet besmetten. Als de ziekte niet behandeld wordt, kan men er aan overlijden. Ook herkauwers en paarden kunnen de blaaswormen bij zich dragen in lever, longen of hersenen.

Regelmatig behandelen tegen lintwormen is belangrijk om deze ziektes tegen te gaan. Vermijd ook zo veel als mogelijk is het contact tussen vossen en de hond/kat. Was geplukte vruchten of paddenstoelen zeer grondig en was uw handen na contact met aarde.

HaakwormHaakwormen (Uncinaria)
De mijnworm is een haakworm van één centimeter lang die in Nederland in mindere mate wordt aangetroffen bij honden/katten. We zien ze voornamelijk in cattery’s, kennels, bij windhonden en jachtmeutes. In Zuid-Europa komt nog een andere, schadelijkere haakworm voor; Ancylostoma caninum. Haakwormen leven ook in de dunne darm en gebruiken het bloed van hun gastheer als voedsel. Deze wormen haken zich vast in de darmwand, maken daar schade en kunnen zichzelf op die wijze voeden. Doordat ze de darmwand beschadigen kan er bloederige diarree ontstaan die darmontsteking en bloedarmoede kan veroorzaken. Andere symptomen zijn conditieverlies en tragere groei. Bij jonge dieren zien we ernstige groeivertraging en soms zelfs de dood als gevolg van een haakworm besmetting.

Besmetting loopt via vossen (of besmette honden/katten) die eieren uitscheiden. De eieren van de haakworm ontwikkelen zich in vochtige aarde. Via inslikken van de eieren en bij pups/kittens ook wel via het drinken van moedermelk, komen de larven in de darmen en daarna in de bloedbaan terecht en reizen naar de longen. Daar worden ze opgehoest en weer ingeslikt, om vervolgens in de dunne darm uit te groeien tot volwassen wormen die zich weer vasthaken aan de darmwand. Bestrijding vindt plaats via ontwormen met middelen die ook tegen spoelworm werken. Daarnaast is ook een goede hygiëne in kennels en cattery’s van belang.

zweepwormZweepwormen (Trichuris)
De zweepworm is bleekgeel/wit van kleur. Deze is aan het voorste deel dun en aan het achterste deel dik. De lengte bedraagt drie tot vijf cm. Ook zweepwormen komen soms voor in kennels en cattery’s, vooral bij jonge dieren in slecht schoongehouden omgeving met uitloopweitjes. In een warme en vochtige omgeving worden de eieren besmettelijk en kunnen dit wel vijf jaar lang blijven. De volwassen zweepworm leeft slechts 2 weken en indien er geen herbesmetting plaatsvindt zien we er zelden klachten van. Indien er wel continue herbesmetting plaatsvindt zien we bloederige diarree door beschadiging van de darmwand.
Net als bij de haakworm zijn een goede regelmatige ontworming en een goede hygiëne de beste manier van bestrijden.

Franse hartworm (Angiostrongylus Vasorum)
De naam ‘Franse hartworm’ is inmiddels achterhaald. Sinds 2007 zijn er tevens besmettingen bekend van honden die niet in het buitenland zijn geweest. Voorheen kwamen deze voornamelijk voor in landen om ons heen zoals Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, Denemarken en Engeland.

De larven van de Franse hartworm leven in slakken en kikkers. Als deze door een dier worden opgegeten of als de hond/kat iets opeet waar deze op hebben gepoept, kan het dier besmet raken. De larven gaan via de darmwand of de lever de bloedbaan in en ontwikkelen zich tot volwassen wormen. Deze belanden in de rechter harthelft en de longslagader. Daar leggen ze eieren die vervolgens in de longen vastlopen en daar uitkomen tot larven. Deze worden opgehoest en ingeslikt, waardoor ze via de ontlasting weer worden uitgescheiden.

Bloedonderzoek naar de larve of sporen van de worm geeft alleen zekerheid als de uitslag positief is (positief = wel aanwezig). Zo ook bij ontlastingonderzoek, ook hier is er alleen zekerheid indien er eitjes gevonden worden. Bij beide methodes betekend is het niet zo dat als de dierenarts niks vind, er ook daadwerkelijk niks aan de hand is! Een andere manier is het aantonen van afweerstoffen in het bloed, dit is redelijk betrouwbaar. Het eerste half jaar na het besmetten zal bloedonderzoek voldoende zijn, maar zijn we al een half jaar verder, dan zal naast een bloedonderzoek ook een röntgenfoto of een echo nodig zijn.

Katten kunnen veel beter tegen de hartworm dan honden. Katten krijgen ongeveer 7-8 maanden na besmetting, last van de longen. Sommige katten krijgen zelfs nooit verschijnselen. 2-3 jaar na besmetting gaan de wormen van ouderdom dood, maar een dode hartworm kan juist wel weer verschijnselen geven omdat ze de bloedvaten blokkeren.

De symptomen zijn: Hoesten, moeite met ademhalen, braken, buikpijn, verstopping van de bloedvaten (rondom de longen), bloedingen in de longen en slijmvliezen van de ogen, neurologische verschijnselen, rechter hartfalen met plotseling overlijden als gevolg.

Voorkomen van de Franse hartworm kan niet met de ontwormingsmiddelen bij de dierenspeciaalzaak. Bij de dierenarts kunt u wel middelen kopen om het te voorkomen. Indien de besmetting al plaats heeft gevonden zal de dierenarts een behandelplan opstellen. Helaas kunnen de Franse hartwormen niet te snel bestreden worden omdat als ze allemaal tegelijk dood gaan ze verstoppingen in de bloedvaten veroorzaken.

Hartworm (Dirofilaria immitis)
De hartworm komt in Nederland niet voor, wel in alle landen rondom de Middellandse zee.
De hartworm is een rondworm en de besmetting wordt overgebracht via steekmuggen die microlarven inbrengen in het dier. De hartworm kan wel zo’n 20cm lang worden en leeft, net als de Franse hartworm, in de rechter hartkamer en in/rond de longen.

Symptomen zijn hartritmestoornissen, koorts, benauwdheid, vermoeidheid, gewichtsverlies en hoesten. Deze treden pas maanden na de infectie op. Ook voor het voorkomen evenals het genezen van de besmetting moet voor alsnog via de dierenarts.

 

Middelen tegen wormen die verkrijgbaar zijn bij Dierist

Masonil hond en kat
Dood aanwezige spoel-, lint- en haakwormen (bij honden ook nog zweepwormen) en zorgt er tevens voor dat aanwezige eitjes niet uitkomen en worden afgevoerd met de ontlasting.
4x per jaar (1x per 3 maanden) is in normale omstandigheden voldoende om uw huisdier wormvrij te houden.
Is het in uw situatie zo dat er regelmatig jonge kinderen, zwangere vrouwen, hoogbejaarden of mensen met verminderde weerstand in aanraking komen met uw huisdier, dan is het raadzaam minimaal iedere 2 maanden te ontwormen.

Manosonil is bij Dierist verkrijgbaar voor:
Katten tot 4 kg
Katten vanaf 6 kg
Honden vanaf 10 kg
Honden vanaf 35 kg
Het wordt afgeraden Mansonil te gebruiken bij:
Honden lichter dan 2,5 kg of tijdens de eerste helft van de dracht.
Bij katten lichter dan 2 kg en tijdens de gehele dracht.

Exil no worm voor kat
Dood aanwezige spoel-, lint- en haakwormen en zorgt er tevens voor dat aanwezige eitjes niet uitkomen en worden afgevoerd met de ontlasting.
4x per jaar (1x per 3 maanden) is in normale omstandigheden voldoende om uw huisdier wormvrij te houden.
Is het in uw situatie zo dat er regelmatig jonge kinderen, zwangere vrouwen, hoogbejaarden of mensen met verminderde weerstand in aanraking komen met uw huisdier, dan is het raadzaam minimaal iedere 2 maanden te ontwormen.
Niet gebruiken bij dieren lichter dan 1 kg of jonger dan 8 weken.
1 tablet Exil no worm kat is voldoende voor 2,5 kg gewicht (verpakt per 4 tabletten).

Exil no worm pasta voor hond en kat
Dood aanwezige spoel-, lint- en haakwormen (bij honden ook nog zweepwormen) en zorgt er tevens voor dat aanwezige eitjes niet uitkomen en worden afgevoerd met de ontlasting.
4x per jaar (1x per 3 maanden) is in normale omstandigheden voldoende om uw huisdier wormvrij te houden.
Is het in uw situatie zo dat er regelmatig jonge kinderen, zwangere vrouwen, hoogbejaarden of mensen met verminderde weerstand in aanraking komen met uw huisdier, dan is het raadzaam minimaal iedere 2 maanden te ontwormen.
Het wordt afgeraden drachtige dieren te ontwormen.