kattenluis Felicola subrostratusLuizen bij hond en kat

Bijna alle dieren kunnen met luizen besmet worden, maar we zien ze vooral bij niet goed verzorgde (jonge) dieren. De symptomen zijn jeuk en huidbeschadigingen. Deze lijken veel op de symptomen van een vlooienallergie. Luizen komen veel minder vaak voor dan vlooien. Er zijn veel soorten luizen. We maken bij honden en katten onderscheid tussen twee soorten: bijtende luizen en zuigende luizen.

 

De zogenaamde bijtende luis voedt zich met huidschilfers en woont permanent in de vacht van de gastheer. De meest voorkomende luizen zijn Trichodectes canis (hond) en Felicola subrostratus (kat).
De zuigende luis zuigt bloed of weefselvloeistof. Deze Linognathus setosus is zeldzaam en wordt alleen aangetroffen bij de hond.  In een netenkammetje of fijne vlooienkam zijn luizen met het blote oog te zien. Het zijn bleke, witte diertjes, soms wat blauwgrijs tot bruin van een paar millimeter lengte. De eitjes (neten), zijn wit en plakken aan de haren vast waaruit zich na 5 tot 20 dagen een larve ontwikkelt, die na 3 tot 5 vervellingen een volwassen luis wordt. De totale levenscyclus is 2-3 weken.
hondenluis Trichodectes canisNet als bij vlooien en teken zorgt Frontline druppels ook bij deze parasiet, voor een volledige controle van de bijtende luizen binnen 48 uur.

Mensen zullen nooit last hebben van bovengenoemde luizen aangezien luizen hun gastheer specifiek kiezen. De luis die voorkomt bij honden gaat dan ook niet over naar katten en andersom. De complete levensduur van een luis speelt zich af op de gastheer, zodra een luis zijn gastheer verlaat leeft deze maximaal 2 dagen. De besmetting naar andere dieren vindt plaats door direct contact (lichamelijk contact met spelen) of indirect contact (dezelfde ligplaats, kam/borstel).
Indien er bij 1 huisdier luis is gevonden is het raadzaam om alle verblijfplaatsen, borstels, kammen, enzovoorts te behandelen. Tevens en op het zelfde moment ook alle dieren in huis behandelen met de daarvoor bestemde middelen om op die wijze een volledige uitroeiing te laten plaatsvinden.

 

Bloedluis

De naam ‘bloedluis’ is ingeburgerd in de vogelsport en een vastgeroest begrip. Feitelijk hebben we niet te maken met een luis, want deze parasiet waarvan de wetenschappelijke naam ‘dermanyssus gallinae’ is, behoort tot de spinachtige en mijten.

De rode vogelmijt treffen we aan bij kippen, duiven, volièrevogels, maar ook bij knaagdieren.


bloedluis dermanyssus gallinae

Cyclus
De ontwikkeling van een bloedmijt verloopt in 5 stadia; ei, larve, 2 nimf-stadia en volwassen.
De ideale temperatuur voor de ontwikkeling is 27 ºC en een vochtige omgeving. Onder normale omstandigheden leeft een bloedmijt ongeveer 30 dagen. Wanneer de temperaturen laag zijn kunnen sommige mijten zelfs 40 dagen of meer in leven blijven. Met uitzondering van de eieren sterven alle stadia binnen 8 dagen bij een temperatuur die hoger is dan 40 ºC of lager d

an 3 ºC en een luchtvochtigheid lager dan 30 %. De eieren kunnen tot wel 2 jaar blijven rusten om daarna als nog succesvol uit te komen.

Uit het ei komt een larve die niet in staat is voedsel op te nemen, maar zich wel over een geringe afstand kan verplaatsen. Dit stadium duurt ongeveer 2 dagen. Omdat de larve nog kleurloos en erg klein is valt hij erg moeilijk waar te nemen. Na dit stadium ontstaat er een nimf met een harde huid. Tijdens dit stadium, dat 5 tot 10 dagen in beslag neemt, zoekt hij voor het eerst een gastheer op om bloed af te nemen. Hierdoor krijgt hij een rode kleur, waardoor hij makkelijker waarneembaar is. Na dit stadium zal de nimf een schuilplaats zoeken om over te gaan naar het volgende nimf- stadium. Deze overgang neemt doorgaans een etmaal in beslag. Tijdens deze periode is hij vrij kwetsbaar. Hij bevindt zich dan in een week en donkerrood omhulsel en kan zich nauwelijks bewegen. Het daarna ontstane volwassen exemplaar is in staat om zich voort te planten. De mannelijke mijten zijn 3 keer zo klein als de vrouwtjes en zien er niet zo rond en dik uit. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes zuigen bloed bij dieren. Een vrouwtje kan tijdens één voederbeurt tot 15 keer haar eigen gewicht aan bloed opzuigen!

Rode bloedluizen betreden elke nacht hun gastheer door bij hen langs de poten omhoog te klimmen. Tegen de morgen vertrekken ze zich weer en zoeken een donkere en beschutte plaats om de dag door te brengen. Ze zijn overdag dus niet te vinden op de dieren. Nadat ze zich gevoed hebben gaan ze op zoek naar een geschikte plaats om de eieren af te zetten. Tijdens deze zoektocht, die doorgaans in de duisternis plaatsvindt, kunnen forse afstanden worden afgelegd. Hierdoor kan een aantasting met bloedluis zich in korte tijd over verschillende dierenverblijven verspreiden.

Controleren

Het is van groot belang om te weten of en hoeveel bloedluizen er zijn. Omdat de bloedluizen alleen ’s nachts op de dieren aanwezig zijn, valt het niet gelijk op dat ze er zijn en of dat de populatie bloedluizen.
Om te controleren of en hoeveel bloedmijten in een verblijf aanwezig zijn kan je gebruik maken van de gewoonten van de parasiet zelf. De mijten kruipen graag weg in donkere, nauwe spleten en kieren. Daarom kan er eenvoudig een valletje voor de mijten gemaakt worden, waar zij zich overdag in verschuilen. In een stukje elektriciteitsbuis, ongeveer 8 cm lang, kan je een stukje enkelzijdig golfkarton oprollen. Dit buisje bevestigen we op een tactische plaats in het dierenverblijf, liefst in de buurt van de slaapplek van de dieren. In een kippenhok zal dit onder de zitstok zijn. Na een nacht in het hok te hebben gehangen, kan het stukje karton uit het buisje worden geduwd en worden uitgerold. In dit stukje karton kunt u zien of er bloedluizen aanwezig zijn en in welke hoeveelheid. Indien er bloedluizen gevonden worden is het raadzaam direct te starten met uitroeiing. Welke behandeling bij welk diersoort en zijn omgeving het beste past kunt u zich in een dierenspeciaalzaak over laten adviseren.

Zwarte luis

Deze volwassen parasiet heeft 4 paar poten en een mond met voorzieningen om bloed te zuigen. Wanneer we ze door een loep of microscoop bekijken zien we dat ze enigszins op spinnetjes lijken, al zijn hun pootjes wat korter. Ten opzichte van hun acht poten hebben ze een vrij groot lijf, dat een rode of donkergrijze kleur heeft.

zwarte luis Ornithonyssus bursa

 

Zwarte luis komt vooral voor bij volièrevogels, waar het in de nesten bloed opneemt van de jonge vogels. De “Zwarte luis” (Ornithonyssus bursa) is net als de bloedluis een mijt. Deze ectoparasiet leeft alleen aan de buitenzijde van zijn gastheer. Hij is afkomstig uit de tropische gebieden en is waarschijnlijk met import materiaal in onze streek terecht gekomen. Hij bezorgt met name kanariefokkers grote problemen tijdens de broedperiode. Opvallend is dat hij zich met name in het voorjaar en vroege zomer laat zien. Daarna worden de aantallen minder en aan het einde van de zomer wordt hij vrijwel nergens meer aangetroffen. Hieruit valt op te maken dat hij het vooral op de nestjongen heeft gemunt en blijkbaar niet goed in staat is om zich met behulp van volwassen dieren in leven te houden. Ook de temperatuur speelt een rol in de ontwikkeling van deze mijt.

Zwarte luis is te zien als kleine zwartachtige beestjes die snel bewegen over nesten en jongen. Ze zijn niet lichtschuw, waardoor ze overdag ook goed te zien zijn.

Doordat de mijten zich massaal op de nestjongen werpen om hen bloed af te nemen verzwakken ze de jongen zeer sterk en treed meestal na een aantal dagen de dood in. Er zijn maar weinig nestjongen die een dergelijke aanval overleven. Ook is deze mijt in staat om ziekten over te brengen.

Ten slotte ondervind ook de mens zelf last van deze mijt. Tijdens het verzorgen van de vogels komt hij op ons lichaam terecht en prikt ons aan. Hij spuit dan een geringe hoeveelheid speeksel in onze huid waardoor er kleine rode en jeukende vlekjes ontstaan. Mensen die hier overgevoelig voor zijn kunnen er soms vrij ernstige klachten aan overhouden in de vorm van sterk irriterende huiduitslag.

Kenmerken en cyclus
Een volwassen zwarte luis is ongeveer 0.5 mm groot, heeft 8 poten en is licht beige tot transparant van kleur met een duidelijke tekening op het lichaam.
De eieren worden door de vrouwtjes afgezet op stof en restmateriaal in de buurt van het vogelnest. Afhankelijk van de temperatuur komen de eieren na 1 à 2 dagen uit. Wanneer de temperatuur te laag is kunnen de eieren maandenlang blijven liggen. Ze komen dan pas uit wanneer het klimaat goed is en er voedselaanbod in de vorm van jonge vogels aanwezig is. Voordat de mijt volwassen is doorloopt hij een aantal verschillende nimfenstadia.

Lijfwijze
Zwarte luizen leven in de directe omgeving van de jonge vogels. Ze houden zich op in de buurt van het nest. In tegenstelling tot de bloedmijten zijn ze niet lichtschuw, en krioelen ze overdag op de voerbakjes en over de randen van de nestjes. Ze lopen zeer snel en tijdens het verzorgen van de dieren zitten ze binnen korte tijd overal op ons eigen lichaam. Ze betreden de jonge vogels om bloed af te nemen, maar we zien ze ook vaak over de veren van de volwassen vogels lopen. Wanneer de pop zich op het nest bevind wordt ook deze door de mijten aangetast. Hierdoor wordt zij onrustig en verlaat ze steeds vaker het nest en laat ze de jongen op den duur aan hun lot over.

Symptomen
Wanneer de vogels aangetast worden door zwarte luis, zullen zij rusteloos zijn, zich krabben, het nest vaker verlaten en zult u de mijten waarschijnlijk ook zien lopen op de nesten. Het is belangrijk om een aantasting van zwarte luis heel vroeg aan te ontdekken. Controleer daarom om de drie dagen de nesten op aanwezigheid van mijten en grijp in zodra de eerste mijt gezien is.
Wanneer de mijten zich al in grote getale in en rond de nesten bevinden bent u te laat en zijn ze bijna niet meer uit te roeien. Dit kan een groot aantal dode jongen tot gevolg hebben.

Voorkomen
Een plaag van zwarte luis komt altijd in een groep dieren door het inslepen van de eitjes via dieren, voer en bodembedekking of doordat de eitjes uit een vorig seizoen nog in het hok aanwezig zijn. Het voorkomen van import van deze mijten naar de volière of dierenverblijf is daarom de beste methode om geen last te krijgen van zwarte luis.
Het is duidelijk geworden dat de bloedzuigende mijten hun eieren ook in het voer van de vogels afzetten. Daarom is het zeer verstandig om het vogelzaad en eventuele andere voederproducten niet in het vogelverblijf te bewaren, maar op een andere plaats in een goed afgesloten verpakking. Wanneer het hen namelijk is gelukt om eieren in het voer af te zetten kunnen deze daar voor langere tijd in achter blijven zonder uit te komen. Wanneer het voer later aan de vogels wordt gegeven komen deze eieren plotseling wel uit en zal er een nieuwe plaag kunnen ontstaan. Om dezelfde reden is het ook verstandig om de voorraad bodembedekking elders op te slaan. Hierdoor krijgt de vogelmijt zo min mogelijk kansen om zich te vermeerderen.
Let er ook op dat er zo min mogelijk restanten van voer achterblijven in het vogelverblijf. Hierop kunnen de eieren namelijk maandenlang overblijven en in het nieuwe broedseizoen weer voor problemen zorgen. Een goede hygiëne is voor het voorkomen en bestrijden van zwarte luis dus erg belangrijk.

Bestrijding
Het bestrijden van zwarte luis is niet eenvoudig. Er zijn een aantal chemische bestrijdingsmiddelen, maar in veel gevallen werken deze niet afdoende.
Om het probleem echt goed aan te pakken zijn er Dutchy’s. Dit zijn roofmijten die als voedsel bloedmijten en andere mijten op het menu hebben staan, waaronder ook zwarte luis. Ze kunnen, afhankelijk van de omstandigheden, vrij lang in de volière en in de nesten overleven en doen zich intussen tegoed aan de aanwezige schadelijke mijten, die zij doden en leegzuigen. De roofmijt zoekt zijn prooi op en laat hem geen moment met rust. Het is belangrijk om deze ze zo snel mogelijk na het constateren van een aantasting in te zetten, zodat het aantal schadelijke mijten niet te groot wordt.

 

Reptielenmijt

reptielen luis Ophionyssus natricisEén soort mijt komt in onze streken voor als parasiet op reptielen: Ophionyssus natricis. Deze parasiet wordt ook bloedluis of bloedmijt genoemd, maar is een heel ander soort dan de bloedmijt van vogels en knaagdieren (Dermanyssus gallinae).

Levenswijze
Ophionyssus natricis is een mijt die leeft op de buitenzijde van zijn gastheer en in het verblijf rond de gastheer. Als gastheer heeft deze parasiet allerlei soorten reptielen, waaronder slangen, baardagamen, varanen, hagedissen en leguanen.
De bloedmijten zuigen bloed bij reptielen, voornamelijk tussen de schubben, bij de ogen en bij de anaal streek. Het bloed zuigen duurt ongeveer 4 tot 6 dagen, waarbij de mijt op één plek blijft zitten op het reptiel. Wanneer de mijt genoeg gegeten heeft, vertrekt zij naar naden en kieren in het hok of terrarium. Hier worden de eitjes gelegd en verblijft de mijt tot de volgende bloedmaaltijd. De eitjes en mijten zijn zodoende verspreid door het hele terrarium en vaak zelfs de hele kamer waar de reptielen gehouden worden.
De reptielenmijten groeien beter in een vrij vochtige omgeving, vooral de eitjes komen beter uit als de vochtigheid ongeveer 85%  is. De optimale temperatuur is 20 tot 24 graden.

Uiterlijk
De bloedmijt Ophionyssus natricis is lijkt op een teek/spinachtige, heeft 8 pootjes en een rond lijf. Hij is ongeveer 1 mm groot. De kleur van een volwassen mijt varieert van felrood tot donkerrood, de jonge mijten kunnen lichter van kleur zijn. De mijten zijn op de slang of het reptiel te vinden tussen de schubben en in de kieren van het terrarium.

Symptomen
Een aantasting door deze mijt kenmerkt zich vaak door lusteloosheid en minder actief zijn van de dieren. In de waterbak kan de oplettende reptielenhouder vaak kleine, op peperkorrels lijkende, nimfen ontdekken. Wanneer we deze met een vergrootglas bekijken zien we dat deze nimfen pootjes en een kop hebben. Ook kunnen de mijten soms gezien worden op het reptiel zelf, tussen de schudden gekropen om bloed te drinken.

Bestrijding
Het ontdoen van een met bloedmijten besmet terrarium was tot dusver een vrijwel onmogelijke opgave. Er zijn diverse chemische middelen op de markt, maar die helpen zelden afdoende en hebben zeer negatieve bijwerkingen op reptielen. Een goede oplossing is de bestrijding op biologische wijze. Hiervoor kunnen we gebruik maken van Dutchy’s.

Dutchy’s
Dit zijn zeer kleine roofmijten die goed kunnen overleven in de strooisellaag van het terrarium. Ze voeden zich met allerlei bodeminsecten, waaronder ook de meeste stadia van de bloedmijten. De roofmijt verspreidt zich razendsnel door het terrarium en zoekt zijn voedsel op alle plaatsen waar ook de bloedmijten zich graag verstoppen. Ze hebben beslist geen nadelige invloeden op reptielen. Wanneer er geen voedsel meer te vinden is, dus ook alle bloedmijten zijn opgegeten, gaan ze elkaar te lijf en sterven ze vrijwel uit.

Wanneer er in het terrarium dag en nacht een temperatuur heerst die hoger is dan 28 º C kan de bestrijding wat moeizaam verlopen. Bij die omstandigheden voed de roofmijt zich nauwelijks en gaat hij over in een rustfase. In die gevallen is het zinvol om, als dit voor het reptiel mogelijk is, de temperatuur in de nacht wat verder te laten dalen. De ideale temperatuur voor de roofmijten ligt tussen de 17 en 23 ºC.

 

Oormijt

oormijt Otodectes cyanotisOormijten komen voor bij veel  huisdieren voor, zoals honden, katten, konijnen, cavia’s, fretten, enzovoorts.

Oormijten zijn veel voorkomende parasieten die in de gehoorgang van huisdieren leven. Vooral bij jonge dieren komen oormijt infecties regelmatig voor omdat ze nog onvoldoende afweer hebben. De verwekker, de mijt Otodectes cyanotis’  is een krabachtig diertje dat zijn hele levenscyclus op zijn gastheer doorbrengt. De vrouwtjes leggen hun eieren in het oor en in de omringende vacht. Zowel de larven als de volwassen mijten voeden zich met oorsmeer, huidschilfers en weefselvocht van de gastheer. Oormijt is erg besmettelijk. Als er meerdere dieren in huis zijn (alle soorten) is het verstandig om deze ook te laten nakijken.

Symptomen
De meest voorkomende verschijnselen van oormijt infectie zijn schudden met de kop, krabben aan de oren en een grote hoeveelheid donkerbruin gekleurd oorsmeer. Vaak ruiken de oren sterk. De mijten kunnen ook op de huid voorkomen waar ze voor algemene jeukklachten kunnen zorgen, met name op de kop.

Diagnose
De definitieve diagnose is alleen te stellen door het aantonen van de oormijten. Meestal kan de dierenarts deze zien door de gehoorgang te bekijken met een otoscoop. Is de oormijt niet zichtbaar dan wordt soms een uitstrijkje uit de oren microscopisch onderzocht.

Behandeling
Bij de aanwezigheid van veel oorsmeer moeten de oren eerst gereinigd worden. Dat doen we vaak met een oorreiniger. Als dit onvoldoende resultaat geeft moeten de oren gespoeld worden. Verder bestaat de behandeling uit het toedienen van een pipetje in de nek met een mijtendodend middel, en een oorzalf die 1 maal per week in het oor aangebracht moet worden. Het is erg belangrijk om de zalf voldoende diep in het oor aan te brengen. Het trommelvlies kan niet worden geraak.

Controle
De gehoorgang kan door de aanwezigheid van de mijten ernstig ontstoken raken. Als de behandeling onvoldoende aanslaat kan de gehoorgang verdikt raken met uiteindelijk doofheid tot gevolg. Daarom is het erg belangrijk dat de dierenarts na 3 weken de oren nogmaals controleert om het effect van de behandeling vast te kunnen stellen.

 

Schurftmijt

schurftmijt Sarcoptes scabeiGewone schurft wordt bij de hond veroorzaakt door de Sarcoptes scabei of een ondersoort van deze mijt. Sarcoptes scabei is dezelfde mijt die ook bij mensen kan voorkomen. Bij andere dieren wordt gewone schurft veroorzaakt door verschillende ondersoorten van deze mijt, zo wordt schurft bij katten veroorzaak door de notoedres cati. Schurftmijten zijn vrij specifiek voor de diersoorten, gewone ‘dierenschurft’ is wel besmettelijk tussen dieren onderling maar voor mensen is deze vorm van schurft niet besmettelijk. Wel kan de mijt bij mensen huidirritatie veroorzaken. Deze irritatie verdwijnt na een aantal weken vanzelf.

Schurft komt meestal voor bij verzwakte en/of verwaarloosde dieren zoals bij zwerfdieren maar ook andere dieren kunnen besmet worden. Sarcoptes schurft veroorzaakt rode bultjes en veel jeuk, meestal zijn de buik, hakken, ellebogen en oren aangetast, maar de schurft kan zich over het hele lichaam verspreiden. De aangetaste huid is verdikt en schilfert. Als schurft niet behandeld wordt, kunnen er korsten en zweren ontstaan doordat de aangetaste huid door krabben geïnfecteerd raakt. De diagnose schurft wordt gesteld door een afkrabsel van de huid te nemen en onder een microscoop te bekijken. De mijten zijn minder dan 0,5 mm groot en met het blote oog zijn niet zichtbaar. De mijten graven gangen in de huid, planten zich voort, waarna de jonge mijten het gangenstelsel steeds verder uitbouwen. Na een besmetting duurt het enige tijd voordat het dier last krijgt van de mijten, de jeuk ontstaat door een allergische reactie op de mijt en de uitwerpselen daarvan. De behandeling in een vroeg stadium kan met spot-on druppels die werken tegen vlooien, oormijt en schurftmijt.

Demodicosis
Deze vorm schurft, die veroorzaakt wordt door de demodexmijt, wordt vaak jeugdschurft genoemd. Dit komt doordat het veelal bij (heel) jonge dieren voorkomt. Minder vaak zien we deze vorm bij volwassen dieren, soms wel bij oudere dieren met een lager afweersysteem. Mensen zijn ongevoelig voor deze mijten.

Demodexschurft kent twee varianten: de lokale- en gegeneraliseerde vorm. Bij lokale Demodexschurft zijn er maar een paar plekken van de huid aangetast, meestal zijn dit de snuit en poten. Bij de gegeneraliseerde vorm kunnen over het hele lichaam plekken zitten. Anders dan de gewone schurftmijt leeft de demodexmijt in de talgkliertjes en de haarzakjes. Demodexschurft veroorzaakt haaruitval en kan voorkomen met of zonder jeuk. Als deze vorm van schurft niet behandeld wordt, kunnen er grote zweren ontstaan meestal doordat de schurftplekken worden aangetast door een bacteriële infectie. Net als bij gewone schurft wordt de diagnose gesteld door een afkrabsel van de huid onder de microscoop te bekijken. De schurft kan worden behandeld met een shampoo waarmee de hond dan minimaal 6 weken één keer per week mee gewassen wordt.